Orgel

Zoals het meeste van het interieur wordt tijdens de Beeldenstorm in 1566 ook het orgel van de kerk vernield, net als alle orgels in de Westhoek. Verder zijn er over dit instrument geen gegevens beschikbaar. In 1569 al werd er een nieuw orgel geplaatst door ‘den orghelmakere van Ypre’, en alhoewel niet bij naam genoemd moeten we allicht in de richting van Michiel Langhedul kijken, telg van een roemrijk geslacht van orgelbouwers, die een internationale uitstraling hadden.

In de periode 1639-1641 worden er belangrijke werken uitgevoerd aan het ‘orghelken’. Jan de Zwarte wordt betaald om de twee blaasbalgen van het orgel te herstellen, maar het is tevens in deze jaren dat Michiel Maes betaald wordt om een doksaal te maken, met inbegrip van de levering van het hout en het maken van het houtsnijwerk. Men moet het orgel toen verplaatst hebben, maar of we hier nog te doen hebben met het orgel gebouwd door Langhedul is geenszins zeker. Door de brand van het koor in 1609 is er veel kans dat het instrument onherstelbaar beschadigd is geweest, maar zeker is dit niet en bij gebrek aan rekeningen zijn er geen nieuwe gegevens te vinden.

Er is allicht een verplaatsing van het orgel gepaard gegaan met het maken van een nieuw doksaal. Er is geen sprake van een oud doksaal, maar het Langhedul orgel stond ergens. Stond het ook op de koorafsluiting waarop tevens het H. Kruisaltaar stond? Zoals hoger aangegeven is, is het meest aannemelijk dat het nieuwe doksaal enkel en alleen voor het plaatsen van het orgel was bestemd en dat die niet de functie van een koorafsluiting had, waarbij allicht het orgel zijdelings werd opgesteld en nadien is die positie ook gebleven. Er is een mogelijkheid dat het orgel stond naast het H. Kruisaltaar, maar dat lijkt een stuk minder praktisch. Men moet er ook rekening mee houden dat er naast het orgel ook plaats moest zijn voor twee blaasbalgen. Tegen het eind van de 17de eeuw zijn dat er drie.

Het is vanaf 1674 dat de uit Sint-Winoksbergen afkomstige orgelbouwer Jan van Belle belast wordt met het herbouwen van het bestaande orgel. Het contract daarvan is bewaard en toont aan dat het niet zomaar over een herstel gaat. Het was een eenvoudig eenklavierig orgel met vijf registers: Bourdon 6′, Octaaf 3′, Doublette open 1 1/2, Fourniture en een Sexquialtera. De bestaande orgelkast werd behouden, evenals de winkellade en de beide blaasbalgen. Van Belle zal ook nadien, zeker in 1676 en 1687 nieuw pijpwerk leveren voor het orgel. Er steken nog altijd van Van Bellepijpen in het orgel en bij de laatste restauratie werden ‘verdwaalde’ pijpen die ooit door orgelbouwer Loncke in het kerkorgel van Nieuwpoort waren gestoken, terug in het Poperingse instrument geïntegreerd…

Bij de bouw van het orgel in 1674 werden tal van andere werken uitgevoerd aan het orgel, zodat er toch meer aan de hand blijkt te zijn dan een eenvoudige aanpassing. Er werden nieuwe eiken panelen rondom het instrument gebouwd en voorzien van nieuwe moluren. Vooraan werden de stukken, die er waren afgevallen, terug verlijmd. De deuren aan de achterzijde van het orgel werden vernieuwd. Het was schrijnwerker François Maes die dit werk uitvoerde.

Medio 18de eeuw worden er belangrijke herstellingen uitgevoerd door J.J. vander Haeghen uit Rijsel in functie van de heropstelling van het instrument bij de verplaatsing van het doksaal naar de westzijde van de kerk. In 1835-1836 heeft Pierre van Peteghem uit Gent een nieuw instrument gebouwd in een nieuw gemaakte orgelkast. Hierbij werden wel diverse elementen van een 17de eeuws orgel van Van Belle (1677) geïntegreerd. De orgelkast is een vroeg voorbeeld van toepassing van de neogotische stijl; door een zekere Spotbeen uit Ieper getekend en gemaakt. In 1903 vond een ingrijpende verbouwing van het instrument plaats door orgelbouwer G. Cloetens uit Brussel. Een nieuwe orgelkast in eclectische, eerder neoclassicistische stijl werd gebouwd door atelier Jozef Lelan uit Kortrijk naar plannen van architect Jules Carette uit Kortrijk.

In 2008-2010 werd het orgel gerestaureerd door G. Schumacher uit Baelen, naar ontwerp van J. Braekmans uit Vorselaar. Aan de orgelkast werden tijdens de restauratie belangrijke wijzigingen uitgevoerd, ten behoeve van de kwaliteit van het instrument: in een nieuwe orgelkast werden bestaande elementen van de orgelkast van 1903 maximaal hergebruikt. De recente zeer ingrijpende verbouwingen aan het orgel zijn uitvoerig gedocumenteerd in de inventarisfiche van het Vlaamse Agentschap Onroerend erfgoed.

Bron: VANHOVE Dries en PAPIN Kristof, “De Sint-Bertinuskerk van Poperinge – een geschiedenis van bouwen en restaureren”