De ‘Brugse’ Preekstoel

De kansel is een kunsthistorisch topwerk, dat ook uit de verkoop van een gesupprimeerd klooster is verworven. Ze is afkomstig uit de kerk van het klooster van de Predikheren uit Brugge en werd op 19 januari 1807 aan de kerkfabriek van Sint-Bertinus verkocht. Kost daarna wordt de predikstoel in de kerk opgesteld. Ook nog in 1809 worden de stralen verguld en de dan nieuw gemaakte duif als afbeelding van de H. Geest verzilverd.

De houten preekstoel is in barokke stijl en heel rijk georneerd uitgewerkt. Onder de preekstoel staan grote heiligenbeelden van Thomas van Aquino, H. Dominicus Guzman en HyacinthusOdrowac van Krakow, heiligen en stichters van de Dominicanenorde. Op de panelen van de kuip van de preekstoel staan in ronde cartouches de bustes afgebeeld van vier kerkvaderen: Ambrosius van Milaan, Hieronymus, Gregorius de Grote en Augustinus van Hippo. Bovenaan wordt de hemel van de preekstoel opgehouden door vliegende engelen. Ze torsen ook een cartouche met de afbeelding van Albertus Magnus van Keulen. De preekstoel wordt in diverse publicaties omstreeks 1710 gedateerd. Het auteurschap van de preekstoel is onbekend. De Brugse kunsthistoricus Frans Vromman schreef de preekstoel toe aan Artus Quellinus de Jonge (1625-1700), op basis van vergelijking met de preekstoel van de Sint-Walburgakerk te Brugge (1667-1669). Hoewel er typologisch in de ornamentiek en opbouw van de beide preekstoelen een hele grote verwantschap is, zouden wij op basis van verschillen in stijlkenmerken hetzelfde auteurschap betwisten. Het lijkt er evenwel op dat de Dominicanen te Brugge goed naar de preekstoel van de Jezuïeten hebben laten kijken.

Bron: VANHOVE Dries en PAPIN Kristof, “De Sint-Bertinuskerk van Poperinge – een geschiedenis van bouwen en restaureren”

Mattheüs III